Last van wat mijn Molukse ouders of grootouders meemaakten: waar kan ik terecht?

Thuis werd weinig gepraat over de oorlog, de kampen of het ontslag in 1951, maar je voelde het wel. Misschien herken je spanning, somberheid, boosheid of het gevoel dat je iets met je meedraagt dat niet van jou is. Het korte antwoord: je staat er niet alleen voor. Je kunt terecht bij je huisarts, bij het Nederlands Veteraneninstituut, dat een groep heeft speciaal voor Molukse kinderen en kleinkinderen van KNIL-militairen en bij gespecialiseerde traumazorg.

Hoe zit het?

Als ouders of grootouders zware dingen hebben meegemaakt, kan dat doorwerken in de volgende generaties. Hulpverleners spreken dan van transgenerationeel trauma of de "overdracht" van oorlogservaringen. Dat gebeurt niet alleen door wat er verteld wordt, maar ook door wat níét verteld wordt: zwijgen, spanning in huis, of een ouder die altijd op zijn hoede is.

Onze opa's en oma's maakten veel mee: de oorlog met Japan, de onafhankelijkheidsoorlog, het ontslag als militair bij aankomst en jaren in kampen en woonoorden, terwijl de terugkeer naar de Molukken uitbleef. Kinderen van de eerste generatie vertellen erover in de media. De een hoorde zijn vader 's nachts schreeuwen in zijn nachtmerries. Een ander vertelt dat haar vader zijn hele leven een ingepakte koffer klaar had staan voor de terugreis.

Premier Rob Jetten bood op 21 juni 2026 excuses aan. Hij zei dat die pas betekenis krijgen door de daden die erop volgen. Het kabinet wil eerst onderzoek laten doen en de Molukse gemeenschap betrekken voordat het over vervolgstappen beslist.

Wat kun je doen?

  1. Praat erover. Met familie, vrienden of iemand die je vertrouwt. Soms helpt het al om verhalen op te halen bij ouderen in de familie. Lees ook Hoe begin ik met het uitzoeken van mijn Molukse familiegeschiedenis?
  2. Ga naar de huisarts. De huisarts behandelt lichte psychische klachten zelf, vaak samen met een praktijkondersteuner ggz (poh-ggz). Is meer nodig, dan verwijst de huisarts je door naar de ggz. Traumaverwerking valt daar onder de gespecialiseerde ggz. Een bezoek aan de huisarts gaat niet van je eigen risico af. Vertel gerust over je familiegeschiedenis; dat helpt de hulpverlener je te begrijpen.
  3. Neem contact op met het Veteranenloket. Het Nederlands Veteraneninstituut heeft de Naoorlogse groep: een groep voor mensen met een Molukse achtergrond die zich afvragen wat de geschiedenis van hun ouders of grootouders betekent voor hun eigen leven. De groep is bedoeld voor de tweede en derde generatie, kinderen en kleinkinderen van (oud-)KNIL-militairen. Bel 088 334 00 00 of mail info@veteranenloket.nl.
  4. Gespecialiseerde traumazorg. ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum is het landelijke expertisecentrum voor psychotrauma en biedt gespecialiseerde zorg bij complexe klachten, zoals PTSS. Hiervoor heb je meestal een verwijzing nodig.
  5. Zelf de oorlog meegemaakt? Voor Indische en Molukse oorlogsgetroffenen van de oorlog met Japan en de Bersiap biedt het Nederlands Veteraneninstituut, namens Stichting Pelita, gespecialiseerd maatschappelijk werk en lotgenotengroepen.

Goed om te weten

  • Lotgenoten kunnen veel steun geven. Het gevoel dat anderen hetzelfde herkennen, maakt het vaak lichter.
  • Je kunt ook anoniem praten met een hulpverlener van de MIND Hulplijn, via telefoon of internet.
  • Denk je aan zelfdoding? Bel dan 113 of gratis 0800-0113 (113 Zelfmoordpreventie). Dat kan dag en nacht, anoniem en gratis. Bij direct gevaar bel je 112.
  • Dit artikel is geen medisch advies. Twijfel je, praat dan met je huisarts.

Bronnen

Vorige
Vorige

Mijn Molukse oma kan niet meer alleen wonen: welke zorg is er?

Volgende
Volgende

Welk visum heb ik nodig voor een reis naar de Molukken?