Wat zijn Molukse trauma's en hoe ga je ermee om?

Opa praatte nooit over de oorlog of over de eerste jaren in Nederland. Toch voelde je thuis dat er iets was. Misschien was er spanning rond bepaalde dagen, of stopten verhalen halverwege. Het korte antwoord: wat de eerste generatie meemaakte, kan doorwerken in de generaties daarna. Hulpverleners spreken van intergenerationeel of transgenerationeel trauma. Het helpt om te begrijpen waar het vandaan komt. En je hoeft het niet alleen te dragen.

Wat maakte de eerste generatie mee?

Veel Molukse ouderen maakten de Japanse bezetting, de Bersiap en de onafhankelijkheidsoorlog mee. In 1951 werden Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen naar Nederland overgebracht. Bij aankomst werden de militairen ontslagen. De gezinnen kwamen in kampen en woonoorden terecht. Daar mochten ze eerst niet werken en geen opleiding volgen. Het verblijf zou tijdelijk zijn, maar de terugkeer naar de Molukken kwam er niet.

Volgens historicus Charlotte Laarman zorgde vooral het ontslag voor een diep wantrouwen tegenover de Nederlandse overheid. Hoogleraar Fridus Steijlen schrijft dat het ontslag lang bepalend bleef voor de relatie met de Nederlandse samenleving. Ook latere gebeurtenissen lieten sporen na. José Imlabla vertelt op MOZA hoe zij als zevenjarig meisje de ontruiming van kamp Vaassen zag: "Dat was een traumatische gebeurtenis, voor onze gemeenschap één van vele."

Hoe werkt het door?

Intergenerationeel trauma is geen officiële diagnose. Volgens de Molukse psycholoog Bram Latumahina lijken de klachten wel op die van PTSS. Kinderen voelen spanning in huis, ook als ze niet weten waar die vandaan komt. Dat kan later zichtbaar worden als onzekerheid, wantrouwen, je terugtrekken of snel overprikkeld zijn. Soms komt het jaren later boven, als emoties of boosheid die je niet goed kunt verklaren.

Zwijgen speelt een grote rol. Een Molukse man vertelde in Trouw dat zijn vader weinig vertelde over zijn tijd op Java, "net als de meesten". Wel hoorde hij hem 's nachts schreeuwen in zijn nachtmerries. Latumahina noemt ook malu (je schamen) en loyaliteit: je wilt je ouders niet kwetsen of bekritiseren. José Imlabla zegt het zo: "De pijn van hun ouders was ook hun pijn." En over de derde en vierde generatie: "Onbewust en onbedoeld werd het doorgegeven."

Soms komen verhalen pas op hoge leeftijd naar boven, bijvoorbeeld bij dementie. Kinderen die voor hun ouders zorgen, kunnen dan overspoeld worden door verhalen die ze nooit eerder hoorden.

Wat zegt onderzoek?

  • Er is weinig onderzoek. Volgens Latumahina zijn Molukkers vaak niet meegenomen in grote studies, onder meer omdat de groep klein is.
  • ARQ, het landelijke kenniscentrum voor psychotrauma, beschrijft dat veel Indische en Molukse ouderen wantrouwen voelen door oorlog, kampervaringen en gedwongen ontworteling. Oorlogservaringen van ouders kunnen doorwerken in de opvoeding van hun kinderen.
  • Het project Liefdevolle Plicht van MantelzorgNL, Stichting Pelita en de Landelijke Stichting Molukse Ouderen schrijft: "Oorlog en migratie hebben diepe trauma's veroorzaakt binnen de Indische en Molukse gemeenschap." Sommige lichamelijke klachten kunnen daaruit voortkomen.
  • Jongere Molukkers schrijven er zelf over. In het boek Molukse Lente (2026) sprak Eva Metselaar met tien Molukkers van de derde en vierde generatie over generationeel trauma.

Wat kun je zelf doen?

  • Leer de geschiedenis kennen. Weten wat je familie meemaakte, maakt je eigen gevoelens vaak begrijpelijker. Lees bijvoorbeeld het verhaal van José Imlabla over transgenerationeel trauma in de expositie MENA.
  • Praat erover, in je eigen tempo. "Door te praten, kun je het doorbreken", zei een jonge vrouw in een Brabants theaterproject over het zwijgen. Vraag ouderen voorzichtig naar hun verhaal. Niet iedereen kan of wil vertellen en dat mag ook.
  • Kijk naar jezelf. Herken je spanning, schaamte of het gevoel dat je iets moet goedmaken voor je ouders? Dat zegt niets over jouw zwakte. Het hoort bij een geschiedenis die groter is dan jij.
  • Zoek anderen op. Herkenning bij lotgenoten maakt het vaak lichter. Stichting Pelita organiseert bijeenkomsten voor de naoorlogse generatie.
  • Zoek hulp als het je leven zwaar maakt. Je huisarts is de eerste stap.

Waar vind je hulp?

Je kunt terecht bij je huisarts, bij Stichting Pelita (088 330 51 11), bij het Veteranenloket (088 334 00 00) en via een verwijzing bij gespecialiseerde traumazorg zoals ARQ Centrum'45. Een overzicht met alle loketten staat in Last van wat mijn Molukse ouders of grootouders meemaakten: waar kan ik terecht?

Goed om te weten

Bronnen

Vorige
Vorige

Welk lesmateriaal is er over de Molukse geschiedenis voor leraren?

Volgende
Volgende

Wat vertelt een DNA-test je over je Molukse afkomst?