Je wilt de geschiedenis van Molukkers in Nederland in het kort kunnen uitleggen, aan je kinderen, collega's of aan jezelf. Het korte antwoord: in 1951 bracht de Nederlandse regering ruim 12.500 Molukkers, vooral KNIL-militairen met hun gezinnen, 'tijdelijk' naar Nederland. Ze werden bij aankomst ontslagen en woonden jarenlang in kampen. Een terugkeer kwam er nooit. Nu wonen er naar schatting zo'n 70.000 mensen met een Molukse achtergrond in Nederland.
Voor 1951: een lange band
De band tussen Nederland en de Molukken begon al rond 1600 met de VOC en de handel in kruidnagel en nootmuskaat. Lees daarover wanneer het gedeelde verleden begon. Later dienden veel Molukse mannen in het koloniale leger, het KNIL. Vaak deden vader, zoon en kleinzoon dat na elkaar. Meer uitleg vind je in Wat was het KNIL?
1950-1951: van Java naar Nederland
- 25 april 1950: op Ambon wordt de Republik Maluku Selatan (RMS) uitgeroepen. Zie Wat is de RMS?
- 26 juli 1950: het KNIL wordt opgeheven. Veel Molukse militairen willen niet in het Indonesische leger en ook niet op Java worden ontslagen. De rechter verbiedt Nederland om hen tegen hun wil in Indonesisch gebied te ontslaan. Lees waarom ze niet terug konden naar de Molukken.
- Februari tot juni 1951: twaalf schepen brengen de militairen en hun gezinnen naar Rotterdam en Amsterdam. Lees hoe de Molukkers in 1951 naar Nederland kwamen en welke schepen er voeren.
- Bij aankomst: de militairen worden uit dienst ontslagen. Zie het ontslag in 1951.
Jaren vijftig en zestig: kampen en wijken
De gezinnen kwamen in woonoorden terecht: oude kampen, kloosters en kazernes, zoals Schattenberg (het voormalige Kamp Westerbork) en Lunetten in Vught. Het Commissariaat Ambonezenzorg (CAZ) regelde bijna alles. Vanaf begin jaren zestig verhuisden de meeste gezinnen naar nieuwe Molukse wijken. Zie waar Molukkers in 1951 werden gehuisvest en waar alle Molukse wijken staan.
Jaren zeventig: boosheid en acties
Na de executie van RMS-president Chris Soumokil in 1966 groeide de boosheid onder jonge Molukkers. Een kleine groep pleegde gewelddadige acties, zoals in Wassenaar (1970), bij Wijster en Amsterdam (1975), bij De Punt (1977) en in Assen (1978). Daarbij vielen doden, aan Nederlandse en aan Molukse kant.
In dezelfde tijd kwam er nieuw beleid. De Wet betreffende de positie van Molukkers (1976) zorgde dat Molukkers zonder Nederlandse nationaliteit op veel punten net zo behandeld worden als Nederlanders. Toch is een groep nog altijd staatloos.
Van 1980 tot nu: erkenning
- 1986: in een Gezamenlijke Verklaring erkent de regering de eerste generatie. Daaruit komt onder meer de Rietkerk-uitkering voort.
- 1999-2002: geweld in de Molukken raakt ook families in Nederland. Zie wat er toen gebeurde.
- 21 juni 2026: premier Rob Jetten biedt in Rotterdam excuses aan, onder meer voor het "harteloze en eerloze ontslag". Dat gebeurt bij de onthulling van het Nationaal Moluks Monument Ulu Kora. Lees wat het excuus inhield.
- 16 oktober 2026: het kabinet besluit tot een backpay-uitkering van € 25.000 voor weduwen. Zie backpay aanvragen als weduwe.
Goed om te weten
- Molukkers kwamen niet als 'beloning' naar Nederland, maar op bevel van de regering. Het verblijf was bedoeld voor een paar maanden.
- Hoeveel Molukkers er nu zijn, waar ze wonen en hoe oud ze zijn, lees je op de datapagina Molukkers in Nederland in cijfers.
- Wil je de geschiedenis van je eigen familie uitzoeken? Begin met dit stappenplan.
Bronnen
- 1951: Eerste Molukkers komen aan in Nederland (Nationaal Archief)
- Na 1950 (Vensters Molukse Geschiedenis)
- Een ongemakkelijke geschiedenis (Nederlands Openluchtmuseum)
- ‘Het voelde alsof zij, mannen die voor Nederland hadden gevochten, als vuilnis aan de kant werden gezet’ (Geschiedenis Magazine, Fridus Steijlen)
- Toespraak minister-president Jetten bij inhuldiging Nationaal Moluks Monument Ulu Kora (Rijksoverheid, 21 juni 2026)
- Backpay-regeling voor Indische en Molukse weduwen vanaf februari aan te vragen (Rijksoverheid, 16 oktober 2026)

Ja: de Molukse KNIL-militairen werden direct na aankomst in 1951 tegen hun wil ontslagen. Waar en hoe ze dat hoorden, verschilde per schip en per persoon.